E.H.B.D. Eerste Hulp Bij Dieren

En andere medische wetenswaardigheden



E.H.B.D. INDEX

- 1 -

- 2 -

- 3 - Alles over Vlooien en Wormen

 



- 1 -

-1- Algemeen

-2- Bevriezing

-3- Bloedingen

-4- Botbreuken

-5- Epilepsie

-6- Maagtorsie

-7- Oogluxatie ( Oogbol uit de oogkas )

-8- Reanimatie

-9- Shock

-10- Verbranding

-11- Vergiftiging

-12- Zonnesteek


-1- Algemeen

Het belangrijkste doel van eerste hulp is:


-2- Bevriezing (onderkoeling)

Onderkoeling kan zich voordoen als een huisdier (hond) bij abnormaal koud en winderig weer te lang buiten is. Plaatselijke bevriezing treed dan vaak op aan de weinig beschermde delen, zoals bijvoorbeeld de voetkussentjes of de oorranden.

Bij onderkoeling reageert het lichaam door het samentrekken van de kleine haarvaatjes in de huid (voorkomen extra warmteverlies), dus roze huid wordt wit.

Spoedhulp

-3- Bloedingen

Ernstige bloedingen (zeker slagaderlijke bloedingen) zijn levensbedreigend en moeten meteen behandeld worden. Veel bloedverlies kan shock en binnen enkele minuten de dood ten gevolg hebben. Belangrijk:

Er is een aantal mogelijkheden om een bloeding te stoppen:

Druk uitoefenen op de wond

U kunt een bloeding stoppen door rechtstreeks druk uit te oefenen op de wond. Leg een steriel gaasje, een snelverband of een schone doek op de wond en oefen met de handpalm constant een flinke druk uit op de hele wond. Het gaasje absorbeert het bloed, zorgt dat er stolling optreedt en beschermt de wond tegen infecties. In de meeste gevallen zal de bloeding zo stoppen. 

Druk uitoefenen op 'drukpunten'

U kunt de bloedtoevoer van de slagader, die het gewonde gebied van bloed voorziet, belemmeren door op een van de drie drukpunten te drukken. Bij deze 3 drukpunten kunt u de slagader tegen het onderliggende bot drukken.

De drukpunten vindt u:

Door daar druk uit te oefenen stopt u een bloeding in het eronder gelegen gedeelte van de desbetreffende ledematen. Laat het drukpunt pas los als de bloeding gestelpt is.

Een tourniquet aan leggen

Een tourniquet is een reep stof (2,5 cm breed), gaas of koord, die u strak om een ledemaat bindt om de bloedvaten dicht te drukken.

Dit is een tamelijk gevaarlijke techniek, die u alleen moet gebruiken om een leven te redden. Nooit langer dan 15 minuten aaneen laten zitten, om afsterven van weefsel te voorkomen.

Na 15 minuten een paar seconden laten doorstromen, daarna opnieuw aanleggen. Vreemde voorwerpen in een wond Het is meestal niet verstandig voorwerpen die een verwonding hebben veroorzaakt te verwijderen, vooral als ze diep in het lichaam gedrongen zijn. Verwijdering kan ernstige bloedingen veroorzaken, er kunnen gedeelten achterblijven (bijv. houtsplinters).

Zorg er wel voor dat zo'n voorwerp niet dieper in de wond gedrukt kan worden door het dier in bedwang te houden.


-4- Botbreuken

Botbreuken komen het meest voor ten gevolge van aanrijdingen. Bij een gesloten fractuur is het bot gebroken, maar de huid in tact. Zo'n breuk moet u heel voorzichtig behandelen omdat door elke beweging van de botuiteinden het weefsel rond de breuk verder beschadigd.

In ernstige gevallen steekt het bot door de huid. Zo'n open fractuur is zeer gevoelig voor besmetting, en de kans op infectie is dan ook zeer groot.


 

-5- Epilepsie (aanvallen, stuipen)

Een toeval is een plotseling optredend, maar tijdelijk bewustzijnsverlies, gepaard gaande met hevige onwillekeurige samentrekkingen van de skeletspieren. Meestal speekselt het dier overvloedig en laat het de urine lopen. De duur is meestal beperkt (zelden langer dan een minuut), maar kan zelfs uren duren.

Oorzaak
Eerste hulp

-6- Maagtorsie

Een maagtorsie is een plotseling optredende aandoening bij vooral grote hondenrassen, vaak van middelbare en oudere leeftijd. Maar ook bij kleine rassen, zoals tekkels kan het voorkomen.

Oorzaak

Overvulling van de maag kan veroorzaakt worden door:

Zenuwstoring Storing van de voedselvertering en maaglediging.
Slikken van lucht  
Buikpijn  
Misselijkheid Door een soort van ventielwerking van de maagingang kan de lucht wel naar binnen maar niet meer terug.
Wilde bewegingen Bij wilde bewegingen van de hond met een volle maag kan de maag  kantelen en ontstaat er een afsluiting. Omdat het voedsel in de volle maag gaat gisten ontstaat er gasvorming en zwelling van de maag.
Een combinatie van de hierboven genoemde factoren is mogelijk.

Door de enorme omvang van de maag raken de organen in de verdrukking, krijgt de hond moeite met ademhalen en raakt hij in shock.

Verschijnselen

Dit is een acuut spoedgeval

Spoedhulp

Het dier zo snel mogelijk naar de dierenarts (laten) vervoeren.


-7- Oogluxatie (oogbol uit de oogkas)

Soms komt het voor dat de hele oogbol uit de oogkas stulpt. Met name bij honden- en kattenrassen met korte snuiten komt dit nog al eens voor (o.a. pekinees). Zo'n oogluxatie of oogprolaps kan ontstaan door een ongeval of tijdens een gevecht, maar ook door opwinding of te strak aan het nekvel pakken.

Spoedhulp

-8- Reanimeren

Doel:
  1. herstellen ademhaling en hartpompwerking

  2. voorkomen van hersenbeschadiging door zuurstofgebrek

Er zijn 2 mogelijkheden:

  1. Ademstilstand.

  2. Hartstilstand gecombineerd met ademstilstand.

Beademen

Leg het dier op de rechterzijde (op een stevige ondergrond) en strek kop en hals recht naar voren( in een lijn met de wervelkolom). Trek de tong uit de bek, en kijk of er niets in de keel zit. Plaats nu twee handen op de zijkant van de borstkast (nabij de laatste rib) en druk de borstwand 30 tot 50 maal per minuut stevig in. Laat na elke drukbeweging snel los, de borstkast zal (door de elasticiteit van de borstwand) weer uitzetten en de longen vullen zich met lucht. 

Als het dier na ongeveer 10 minuten niet zelfstandig weer gaat ademen wordt het vrij hopeloos. Bij kleine dieren zoals katten gaat het vrijwel op dezelfde manier; leg beide handen dan plat op de ribben onder het linker schouderblad.

Een alternatief is mond op neus beademing; Maak de ademweg vrij, strek de kop/nek, trek de tong naar buiten en verwijder slijm, bloed en vreemde voorwerpen. Houd dan de bek van het dier goed gesloten. Blaas 5 tot 10 maal per minuut, waarbij de verhouding inademen/uitademen 1: 2 is. Let op de borstkasbewegingen. Deze laatste methode is noodzakelijk als er tegelijkertijd hartmassage wordt toegediend. U kunt het ook toepassen bij diepe wonden in de borstholte.

Hartmassage

Soms kan bij een hartstilstand de werking van het hart hersteld worden door twee maal kort met uw vuist een korte klap te geven op de borstkast (vlak achter het schouderblad)

Bij hartmassage is het de bedoeling dat u de pompwerking van het hart van buitenaf tot stand brengt om zodoende de bloedcirculatie te herstellen. Samen met het beademen (mond op neus) kunnen zodoende de organen (vooral de hersenen) weer enigszins van zuurstof worden voorzien. Zuurstoftekort is vooral voor de hersenen al snel fataal. Hartmassage moet altijd gecombineerd worden met mond op neus beademen; het is dus teamwork.

Er zijn twee methoden, namelijk de 'hart pomp' bij kleine dieren (o.a. kat en kleine hondenrassen) en de 'borstkaspomp' bij grotere dieren.

Hartpomp:

Druk de borstkas samen tussen duim en vingers ter hoogte van het hart, ongeveer 1 maal per seconde

Borstkaspomp:

Samendrukken op de maximale omvang van de borstkast, bij voorkeur aan twee kanten tegelijk. Bij een brede borstkast (grote honden) kunt u het dier beter op de rug leggen, en op het borstbeen drukken (vergelijkbaar met reanimeren van mensen)Ook hier ongeveer 1 maal per seconde. In beide gevallen moet tegelijkertijd beademd worden.


-9- Shock

Een dier kan in shock raken onder meer door een ernstige verwonding, ernstig bloedverlies, veelvuldig overgeven, vergiftiging, verbranding, uitdroging en een elektrische schok. Shock is een toestand van onvoldoende circulerend bloedvolume.

Net als bij een hartstilstand, waarbij het bloed niet meer rond gepompt wordt, dreigt er zuurstoftekort in de vitale organen, omdat er onvoldoende bloed voorhanden is om deze zuurstof te transporteren.Omdat dit een levensbedreigende situatie is reageert het lichaam hierop door:

Deze reacties van het lichaam verklaren de verschijnselen, waaraan u een shock kunt herkennen.

Verschijnselen van shock:
Behandeling van shock:

Belangrijk is het dier zo snel mogelijk naar een dierenarts te (laten) vervoeren; bij een ernstige shock is dit van levensbelang. Het zo snel mogelijk toedienen van een grote hoeveelheid vocht in de ader is de meest waardevolle therapie (infuus). 


-10- Verbranding

Verbrandingen zijn de meest voorkomende ongelukken binnenshuis, vooral bij katten. Brandwonden bij dieren kunnen variëren van:

Spoedgevallen, waarbij zo snel mogelijk moet worden ingegrepen zijn vooral de 2e en 3e graad verbrandingen. Belangrijk is:

Spoedhulp

-11- Vergiftiging

Bij vergiftiging kunnen de ziekteverschijnselen zeer snel optreden; als u met deze acute vergiftigingen te maken hebt, kan snel ingrijpen een leven redden.

Grondregel
De mogelijkheden bij spoedhulp zijn:

Alleen wanneer er geen dierenarts bereikbaar is binnen 30 minuten kunt u zelf eerst de volgende EHBO toepassen:


-12- Zonnesteek

Een dier raakt bevangen door warmte, als de temperatuur en de vochtigheidsgraad in zijn omgeving zo hoog zijn, dat zijn lichaam de normale temperatuur niet meer kan handhaven. Hijgen of transpireren om de lichaamstemperatuur te verlagen heeft dan geen effect meer, en uiteindelijk bezwijkt het dier.

Het komt het meest voor bij honden die in de zomer in een auto worden achtergelaten. Er is dan zeker niet altijd sprake van achteloosheid; de afwezigheid kan langer duren dan gepland en een auto kan pas later in de volle zon komen te staan.

Verschijnselen

Hoge lichaamstemperatuur (boven de 41,5 C), snel hijgen, overvloedig kwijlen, tong en lippen hebben een zeer rode kleur, braken, diarree. Uiteindelijk raakt het dier in coma. 

Dit is een levensbedreigend spoedgeval.

Spoedhulp

 



- 2 -

-1- Aangetroffen huisdieren ( Verdwaald )

-2- Hoogspannings-leidingen

-3- Jonge dieren in de natuur

-4- Kat in de boom

-5- Olie slachtoffers

-6- Raam slachtoffers

-7- Slachtoffers van zwerfvuil

-8- Vastgevroren vogels

-9- Verwaarloosde en mishandelde huisdieren

-10- Verkeers slachtoffers


-1- Aangetroffen huisdieren (verdwaald)

In uw tuin, in het bos of zo maar ergens op straat, overal kunt u een huisdier (hond, kat,  konijn enz.) aantreffen, dat zijn baasje kwijt is of verdwaald is. U kunt zo'n dier helpen door behulpzaam te zijn bij het opsporen van zijn baasje. U kunt dit zelf doen of, via aangifte bij de politie, laten doen door bijvoorbeeld de dierenambulance.

Zelf de eigenaar achterhalen van ‘gemerkt' dieren:

Riempje met kokertje of penning

Wanneer een hond of kat een riempje om heeft, kunt u zoeken naar gegevens die naar de eigenaar verwijzen.

Hondenpenning:

Deze wordt door de gemeente aan elke hond uitgegeven. De plaatselijke politie (of gemeente) kan met behulp van het nummer op die penning de eigenaar achterhalen. De via de politie achterhaalde eigenaar kan dan contact met u opnemen.

Tatoeagenummer/Chip

Een tatoeagenummer in het linker- en/of rechteroor van het dier kan uitkomt bieden, hoewel zo'n nummer vaak moeilijk leesbaar is. Een moderne manier om een dier te merken is de chip, die onzichtbaar bij het dier wordt ingebracht. Voor het aflezen van deze gegevens is een speciale ‘reader' nodig. Dit systeem is in onze regio nog nauwelijks ingeburgerd.

Voor het achterhalen van een eigenaar behorend bij het tatoeagenummer kunt u contact opnemen met:

Voor alle overige 'niet gemerkte' huisdieren:

Zonder riempjes, tatoeages e.d. wordt het moeilijker een eigenaar te achterhalen. Een duidelijke omschrijving (ras, kleur, geslacht e.d.) van het dier is dan het enige aanknopingspunt.

Vermissingen van huisdieren worden bijgehouden door:

Gegevens in de desbetreffende rubrieken in de plaatselijke kranten of kabelkranten, advertenties in de krant (vermist/gevonden), posters bij de dierenarts of in supermarkten e.d. kunnen u natuurlijk ook op het juiste spoor brengen.

Via aangifte bij de politie

Wanneer het zelf opsporen van de eigenaar niet mogelijk is bent u verplicht aangifte te doen van uw vondst bij de plaatselijke politie (NBW, boek 5 art. 8).

De taak om zwerfdieren op te halen en eigenaars op te sporen deelt de Dierenambulance Doetinchem met het plaatselijk asiel, de politie en Amivedi.

De volgende afspraken zijn voor u van belang:

De Dierenambulance probeert de eigenaar van zwerfdieren die zij heeft opgehaald te achterhalen. Dagelijks worden gevonden dieren met hulp van diverse (plaatselijke) media en op deze website gepubliceerd.

De meeste andere zwerfdieren dan honden en katten (konijnen, cavia's enz.) worden door de Dierenambulance opgevangen en , indien de eigenaar zich niet meldt, herplaatst.


-2- Hoogspanningsleidingen

Volgens schattingen komen in Nederland jaarlijks achthonderdduizend tot één miljoen vogels om door aanvaring met hoogspanningskabels.

Gebiedsvreemde vogels die alleen doortrekken of pas zijn aangekomen vormen de meeste slachtoffers (grutto's, ganzen, duiven, meeuwen, meerkoeten, spreeuwen). Bij mist vallen er extra veel slachtoffers.

Ook prikkeldraad (weidevogels, uilen, meeuwen en bijvoorbeeld draden in boomgaarden (sperwers) veroorzaken veel ellende.

Dergelijke aanvaringen verlopen meestal dodelijk. Als een vogels het wel overleeft zijn de verwondingen vaak zodanig, dat besloten moet worden het slachtoffer in te laten slapen.


-3- Jonge dieren in de natuur

Jonge dieren die schijnbaar hulpeloos in de natuur worden aangetroffen, worden in veruit de meeste gevallen wel degelijk door hun ouders verzorgd. Bijvoorbeeld jonge hazen of reeën brengen een groot deel van de dag alleen door, terwijl hun ouders een eindje verderop voedsel verzamelen .

Het algemene advies is: Niet aankomen en met rust laten!

Jonge vogels

Veel jonge vogels, zoals merels, worden kaal en hulpeloos geboren. De eerste paar weken blijven ze in hun veilige nest. De volgende fase speelt zich af buiten dat veilige nest; ze zitten dan al aardig in de veren, maar kunnen nog niet vliegen.

Ze springen en fladderen wat rond en worden door de oudervogels verzorgd en zo goed mogelijk beschermd. Als er gevaar dreigt waarschuwen de oudervogels het jong met hun alarmkreten. Een kritieke periode voor deze vogeltjes, want het gevaar loert overal.

Het kost de centralisten van de dierenambulance vaak veel moeite mensen te overtuigen, dat het hier gaat om een natuurlijk proces, waarmee u zich zo weinig mogelijk zou moeten bemoeien. De uiteindelijke overlevingskansen in de natuur van de schijnbaar hulpbehoevende vogel nemen zeker niet toe door een vogel uit zijn omgeving te halen en verder met de hand groot te brengen.

De dreigende gevaren, zoals katten, zijn even van de baan, maar keren bij het terugplaatsen in de natuur in verhevigde mate terug. De vogel mist dan namelijk de onmisbare opleiding 'stads-survival' van zijn ouders. Alleen een vogel die van zijn ouders heeft leren omgaan met alle gevaren van de stad en de daar aanwezige voedselbronnen weet te vinden, heeft een redelijke kans volwassen te worden.

Jonge uilen, die al wel kunnen klimmen, maar nog niet vliegen, zitten soms overdag schijnbaar hulpeloos op een tak in het bos ('takkelingen'). Niets aan de hand; moederuil zit te genieten van haar dagrust, maar ze houdt haar kroost perfect in de gaten.

Jonge zoogdieren

Mocht u in het bos een reekalfje tegenkomen, dan is de moeder vrijwel altijd in de buurt. Niet aankomen, u voorzichtig terugtrekken en niet meer terugkomen. De moeder kan dan, als ze van de schrik bekomen is, verder gaan met het verzorgen van haar jong.

Jonge hazen worden al vroeg in het voorjaar geboren en zitten in het open veld te wachten op moederhaas, die ze één maal per etmaal komt voeden. Deze haasjes worden vaak aangezien voor verdwaalde konijntjes en worden meegenomen. Niet doen dus. Soms kan een meegenomen jong dier teruggeplaatst worden in de natuur. Bel in zo'n geval voor advies, om te voorkomen dat het diertje verstoten wordt.

Wanneer wel hulp nodig is

Omdat in de stad de beste plekjes vaak al bezet zijn, moeten eenden soms uitwijken naar de vreemdste plaatsen om te broeden. Zo kan er in een volledig afgesloten tuin, of op een balkon een eend zitten te broeden, zonder dat u het in de gaten hebt. Dit wordt een probleem als de jongen geboren worden en met moeder lopend naar het water willen.

Dan moeten we helpen, door de hele familie naar de dichtstbijzijnde vijver te evacueren. Om dezelfde reden maken konijnen soms een hol voor hun jongen op een onhandige plaats. In het weekend lijkt een bult zand van een aannemer of een zandbak op een schoolplein nog niet zo gek. Maar op maandag gaat het mis en heeft het konijn meestal geen tijd meer om haar jongen zelf te evacueren. In zo'n geval zit er vaak niets anders op, dan de jongen met de hand groot te brengen.

Hulp en advies

Het groot brengen van jonge dieren is specialistenwerk. Bij de meeste diersoorten is het uitzetten in de natuur het grootste probleem. Een met de hand groot gebracht dier mist de nodige vaardigheden om zich zelfstandig in de natuur te kunnen redden, die het van zijn ouders geleerd zou hebben. Dat uitzetten in de natuur is een absolute voorwaarde bij het groot brengen van elk dier, dat uit de natuur afkomstig is. In gevangenschap kunnen deze dieren zich niet ontplooien.

Levenslange opsluiting in voor zulke dieren een marteling. Vrijwel alle inheemse dieren die mensen hebben groot gebracht met de bedoeling er een ‘huisdier' van te maken, komen terecht in allerlei overvolle opvangcentra. Bovendien is het wettelijk verboden beschermde dieren in gevangenschap te houden.


-4- Kat in de boom

Een kat klimt makkelijker in boom omhoog dan weer terug naar beneden. Wanneer een kat in paniek een boom in vlucht, blijkt de terugweg soms moeilijk. Zo'n katje kan dan klagelijk gaan mauwen en daarmee een hele buurt wakker houden.

 


-5- Olieslachtoffers

Veruit de meeste olieslachtoffers vallen onder zeevogels. Illegale olielozingen op zee besmeuren o.a. diverse eendensoorten en alken. Uit onderzoek is gebleken dat slechts 10% van die op open zee besmeurde vogels uiteindelijk langs de kustlijn aangetroffen wordt. Van die vogels ziet slecht 10% na een intensieve behandeling in een gespecialiseerde opvang de zee weer terug. Dit is uiteindelijk dus 1% van de getroffen vogels!

Door de olie of teer klitten de veren samen, zodat de lucht tussen de veren (die belangrijk is voor het isolerend en waterstotend vermogen) verdwijnt. Koud water en lucht kunnen de huid bereiken en ze sterven vervolgens aan koude en longontsteking, door honger, omdat ze niet meer kunnen duiken of vliegen, of door olie in de ingewanden.

Vogels met een betrekkelijk kleine aangetaste plek kunnen zich meestal nog wel een tijdje redden. Instinctief trekken ze vaak naar land. Zonder hulp zijn ook deze vogels meestal ten dode opgeschreven.

Hoe helpt u een olieslachtoffer

-6- Raamslachtoffers

Omdat vogels glas meestal niet kunnen zien, vliegen veel vogel tegen ramen aan, wat allerlei blessures, of zelfs de dood ten gevolg heeft.

Met name vogels die op korte afstand een hoge snelheid kunnen ontwikkelen lopen het risico op dodelijke botsingen. De sperwer, ijsvogel en de groene specht zijn vogels met een hoog acceleratievermogen.

Spiegelruiten en grote glazen gebouwen kunnen catastrofaal worden voor jagende vogels (en hun prooien). Met name gierzwaluwen worden hiervan het slachtoffer.

Ook duiven en houtsnippen (tijdens de trek in het voorjaar en najaar) komt u regelmatig tegen als raamslachtoffer.


-7- Slachtoffers van zwerfvuil

Loshangende draden

Veel vogelsoorten raken verward in allerlei achtergelaten draden en vissnoeren. Meeuwen, duiven en kraaiachtigen raken regelmatig verstrikt in achtergebleven vliegertouw in bomen. Zijn kunnen lange tijd aan een vleugel of poot blijven hangen voordat ze worden opgemerkt.

Visdraad

Vooral watervogels (eenden, meerkoeten, waterhoentjes, reigers) die veel langs en in de oever vertoeven, raken vaak met hun pootjes verstrikt in achtergelaten vissnoer. Dit spul vergaat niet, is sterk en gaat steeds strakker om de pootjes knellen, soms maanden lang. In eerste instantie zwelt het afgeknelde pootje of teen op, later sterft het af en bungelt er soms nog maar aan een velletje bij.

Watervogels zoals eenden, zwanen en meerkoeten lopen het risico aan de haak geslagen te worden, soms tijdens het vissen, soms door achtergelaten of verspeeld vistuig.

Verpakkingsmateriaal

Ook andere vormen van zwerfvuil kunnen vogels overlast bezorgen. Vogels (vaak eenden) kunnen bijvoorbeeld met hun kop in allerlei plastic ringen (verpakkingsmateriaal) vast komen te zitten. 

Als dit geen belemmering vormt bij het vliegen of zwemmen zijn deze vogels moeilijk te helpen (vangen). Als de opname van voedsel belemmerd wordt zal het dier verzwakken en is vaak na verloop van tijd wel te vangen.

Na een mislukte vangpoging is zo'n dier wel extra op zijn hoede en zal een volgende poging een stuk moeilijker worden.


-8- Vastgevroren vogels

Bij aanhoudende vorst, vooral als er ook sneeuw of ijzel ligt, kunnen sommige vogelsoorten het moeilijk krijgen. Aan het eind van de winter, wanneer de conditie van de vogels in het algemeen minder is, kan zo'n vorstperiode veel vogels noodlottig worden.

Winterse omstandigheden betekenen voor vogels een dubbele belasting. Ze hebben extra energie nodig om hun (relatief hoge) lichaamstemperatuur op peil te houden, terwijl er juist veel minder voedsel beschikbaar is. Met bijvoeren kunt u vogelsoorten die naar de stad trekken helpen.

Bij strenge vorst hebben watervogels soms onvoldoende vet om hun verenpak waterafstotend te houden. Zo kunnen vogels, die in een slechte conditie verkeren of gewonde vogels nat worden en vastvriezen. Maar, niet elke vogel die op het ijs zit is vastgevroren!

Als het zeker is dat zo'n vogel hulp nodig heeft, kunt u zo'n vogel helpen. Let dan wel op de volgende punten:


-9- Verwaarloosde of mishandelde dieren

In dit verband hebben we het over huisdieren (dieren met een eigenaar), die door hun eigenaar niet goed behandeld, of zelfs mishandeld worden.

Wanneer u een dergelijke situatie tegenkomt, kunt u het beste contact opnemen met de plaatselijke afdeling van de Dierenbescherming.

De meeste afdelingen van de DB hebben een eigen afdelingeninspecteur, die klachten over dierenmishandeling kan onderzoeken.

Indien er een strafrechtelijke afhandeling is gewenst, wordt de klacht overgenomen door een districtsinspecteur van de LID (Landelijke Inspectie Dienst).

De LID werk nauw samen met de AID (Algemene Inspectie Dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) en de politie bij het strafrechtelijk optreden op gebied van dierenwelzijn.


-10- Verkeersslachtoffers

Het autoverkeer rijdt jaarlijks tenminste 2 tot 8,7 miljoen vogels dood. Het is hiermee de belangrijkste oorzaak van 'onnatuurlijke' vogelsterfte in Nederland (in ons land broeden elk jaar naar schatting 7 tot 12 miljoen vogels, direct na het broedseizoen zijn het er 21 tot 36 miljoen). Zo wordt van de totale populatie kerkuilen jaarlijks 3 tot 24 % doodgereden.

Van de zoogdieren zijn egels de bekendste verkeersslachtoffers. Op zoek naar voedsel steken ze over op allerlei wegen, waar ze een aanrijding meestal niet overleven.

Katten worden vooral binnen de bebouwde kom veelvuldig aangereden. Deze dieren blijven niet lang liggen omdat er meteen door mensen over gebeld wordt. Dat geldt zeker ook voor honden. Bij een doodgereden hond is vrijwel altijd een eigenaar aanwezig.

Jaarlijks worden er zo'n vierhonderd dassen doodgereden. Ook reeën moeten vaak wegen, die hun leefgebied doorkruisen, oversteken en worden vaak aangereden.

Kadavers langs de buitenwegen worden veelal opgeruimd door eksters en kraaien. Onder deze vogels vallen relatief weinig slachtoffers, omdat ze zich vooral 's morgens vroeg tegoed doen aan de verkeersslachtoffers. Als het drukker wordt trekken ze zich terug in de weilanden.In de stad vallen veel slachtoffers onder de kokmeeuwen, de merels en de eenden (de laatste vooral in het voorjaar). Niet alle vogels lopen een even grote kans om verkeersslachtoffer te worden; soorten die relatief slecht vliegen, moeilijk opstijgen, weinig wendbaar zijn of laag wegvliegen (meeuwen) zijn kwetsbaarder.

De snelheid van het verkeer speelt ook een rol; de meeste vogels zijn in staat een auto die niet harder rijdt dan 40 km/u te ontwijken. Bij grotere snelheden kan de zuiging die de passerende auto's veroorzaken vogels uit balans brengen.

Bij slecht zicht (mist en schemering) en bij harde wind vallen meer slachtoffers. Vogels die 's nachts actief zijn kunnen verward of verblind raken door koplampen, die met een hoge snelheid op hen afkomen. Uilen hebben vooral tijdens het broedseizoen de gewoonte om 's nachts naar een bewegende lichtbron toe te vliegen.

Hulp aan verkeersslachtoffers


- 3 -

Alles over Vlooien en Wormen.

De vlooiencyclus:

De vlo voedt zich met het bloed van het huisdier. Na elke maaltijd begint het vlooien-wijfje eitjes te leggen. De eitjes vallen uit de vacht en komen in de omgeving terecht. Uit de eitjes komen larfjes, deze zijn lichtschuw en kruipen onmiddelijk weg in kieren en naden, onder de plinten en in de vloerbedekking. Na drie vervellingen spint de larf een cocon om zich heen. In de cocon veranderd de larf in een pop. Poppen ontwaken door trillingen. Er komt een jonge vlo uit, die zo gauw mogelijk wil eten. Na de eerste maaltijd beginnen de jonge wijfjes onmiddelijk met het leggen van nog meer eitjes.

 

Kussensloop, houten stofkam en zeepsop:

Vlooien hebben in het verleden veel ellende veroorzaakt. Dat kon variëren van verschrikkelijke jeuk, bloedarmoede en ernstige huidproblemen. Bovendien is de vlo de overbrenger van de lintworm. De vlooien vangen en dood maken lukte nog wel eens, maar er waren nog geen middelen om de eitjes en larven onschadelijk te maken. Onze grootmoeders gingen 's avonds nog met de kat onder de lamp zitten, met een wit kussensloop op de tafel. De poes erop en dan aan de slag met een houten stofkam. Op de tafel ook een kommetje met zeepsop, om de gevangen vlooien in te verdrinken.

 

Vlooienband:

Pas eind zestiger jaren werd een begin gemaakt met de ontwikkeling van producten, speciaal tegen vlooien bij huisdieren. Het waren vooral poeders, shampoo's en vanzelfsprekend de vlooienband. Een vlooienband verdeeld gedurende een bepaalde periode een konstante hoeveelheid werkzame stof over het huisdier. Let wel, een vlooienband doodt alleen de vlooien op het dier en niet in de leefomgeving. Een vlooienband is niet geschikt voor huisdieren met een dikke vacht. Een vlo leeft dicht op de huid van zijn gastheer en de werkzame stoffen in een vlooienband zijn niet sterk genoeg om door de dikke vacht heen te dringen.

 

Effectieve vlooienbestrijding:

Kijk eerst zorgvuldig na of je huisdier stikt van de vlooien, of dat je ze op één hand kunt tellen. Als het er maar een paar zijn heb je geluk en is het alleen noodzakelijk om het dier goed te behandelen. Hiervoor zijn heel wat verschillende producten verkrijgbaar. Bijvoorbeeld: druppels, tabletten, vlooienband, spray, schuim en poeders.Heb je al 1 of meerdere producten gebruikt en het probleem blijft, dan is het noodzaakelijk om ook de woning te behandelen.Heeft je huisdier veel vlooien, maak dan niet de fout om alleen het dier te behandelen. Hiermee is het probleem niet opgelost. De vlooien zitten voornamelijk in de leefomgeving van je huisdier.  De eitjes van een vlo kunnen aan uw kleding gaan zitten en vallen er weer af wanneer ze daar zin in hebben en kunnen zo door het hele huis verspreid worden (1 vlo legt gemiddeld 40 eitjes per dag). Daarom is het noodzakelijk om ook het huis te behandelen met een effectieve spray. In veel gevallen mag je een aantal dagen niet stofzuigen en dweilen.Dit kan de werking van het product nadelig beïnvloeden. Let er ook op dat het product bestand is tegen zonlicht.

 

Tabletten

Vlooientabletten zijn ideaal als u het een vies idee vind om uw huisdier eens lekker te knuffellen wanneer deze is behandeld met een vlooienspray. Let wel op het verschil! Er zijn ook tabletten die alleen steriel maken en niet doden.

 

Poeder of shampoo

Al die makkelijke, nieuwe middelen hebben het vlooienpoeder en de vlooienshampoo naar de achtergrond verdrongen. Maar ze zijn er nog wel degelijk en ze helpen nog steeds.

 

Schuim

Is zeer geschikt voor katten. Omdat katten meestal een bloedhekel hebben zo'n spray uit een spuitbus of een plantenspuit.

 

Knijpampul

Speciaal voor dieren met een zware vacht. In de meeste gevallen moet U de ampul leegknijpen tussen de schouderbladen. De werkzame stoffen verspreiden zich door middel van het lichaamsvet.

 

Druppels

Als uw hond of kat een probleem heeft met tabletten zijn druppels de ideale oplossing. U kunt ze ongemerkt door het voer mengen en ze hebben dezelfde werking als tabletten.

 

Omgevings- spray

Zeker zo belangrijk is de omgevings-spray. Deze wordt nogal eens vergeten.Een vlo legt zoooo veel eitjes, dat wanneer je alleen het dier behandeld de  honderden andere vlooien die nog in je huis zitten ongestoord hun gang kunnen gaan.

 

 

Wormen! zijn ze te voorkomen?

De beste manier om wormen te voorkomen is tijdig en regelmatig ontwormen. Door behandeling kunnen mogelijke nare gevolgen bij het dier maar ook bij mensen worden voorkomen.

*   zorg voor een goede gezondheid van het dier

*   houd zowel het huisdier als de omgeving vlooien vrij

*   zorg voor een goede hygiëne

Ze zijn er in verschillende soorten?

De meest voorkomende soorten wormen bij honden en katten zijn spoelwormen, haakwormen en lintwormen.

 

Spoelwormen

Spoelwormen nestelen zich in de maag en darmen van honden en katten. Soms zijnze waar te nemen in braksel of ontlasting.Spoelwormen zijn langwerigen, ronde (wit/roze) wormen met spits toelopende uiteinden. de lengte kan varieren tot een tiental centimeters en ze lijken op elastiekjes.Besmetting: Eitjes komen met de ontlasting van het huisdier naar buiten en besmetten zo alle plekken waar honden en katten hun behoefte doen.Door in aanraking te komen, ( likken/eten) met besmette grondof voorwerpen krijgt het dier de eitjes vervolgens binnen. Eenmaal in de maag komen de eitjes weer uit en de larven verspreiden zichnaar de darmen of andere organen, waarna de hele cyclus wordt herhaald.Jonge dieren komen meestal al met een besmetting ter wereld of worden meteen na de geboorte via de moedermelk besmet.

besmettingsverschijnselen:

Vermagering, achterblijvende groei

Lusteloos als gevolg van bloedarmoede.

Totale verlamming waardoor het dier niet meer kan drinken en hierdoor uitdroogt.

Bij jonge dieren , een opgezet buikje, hoesten, diaree en braken.

 

Haakwormen:

Haakwormen zijn zeer dunne draadvormige wormen die 1 á 2cm lang kunnen worden.Ze hebben een zwarte kop en dringen via de huid het lichaam binnen met huidinfecties als gevolg.

 

Lintwormen:

Lintwormen nemen een aparte plaats in. Kenmerkend is dat ze voor hun ontwikkeling buiten het dier een "gastheer" bijvoorbeeld een vlo, nodig hebben. de lintworm waarvan de lengte wel tot 50 Cm kan oplopen, heeft een duidelijk gevormde kop met haken en zuignappen waarmee het zich aan de darmwand kan hechten. Achter de kop bevinden zich de leden; een keten van onafhankelijke elementen van ca. 1 Cm, die steeds weer aangroeien. Hierin bevinden zich de geslachtsorganen die zich losmaken van de lintworm. Dit zijn de zogenaamde maden. Die maden zitten vol met lintwormeieren die weer een herbesmetting kunnen veroorzaken.Lintworm-besmetting is te herkennen aan bewegende eipakketjes "maden" ronde de anus of in gedroogde vorm als "rijstkorrels"rond de anus of in de ontlasting.

Vlooien-eitjes voor en na de behandeling met vlooienspray

 

De vlooien cyclus


Terug naar mijn Homepage, Klik hier :